donderdag 7 mei 2009

hfdt. 18 kerkplanting in context

hfdst. 18 kerkplanting in context
De variatie aan kerkvormen zal groter zijn, naarmate meer verschillende culturen en subculturen worden bereikt. In elke nieuwe context moet de kerk opnieuw worden uitgevonden.
Een boeiend voorbeeld van een gemeente in Australie, die 9 maanden haar deuren sloot en ieder lid vroeg zich aan te sluiten bij een locale groep, club of vereniging. De enige kerkelijke activiteit was een bijeenkomst op woensdag gedurende de eerste zes maanden om de bijbelse, sociologische en psychologische achtergronden van de kerk te onderzoeken in het licht van wat men ontdekte over de wijk. De volgende drie maanden werden besteed aan het uitwerken van een nieuwe manier van gemeente-zijn. (In een PKN-gemeente kan je dit moeilijk als hele gemeente doen, maar je kan wel met een groep hiervoor kiezen binnen het beleid van de gehele gemeente.)
Vragen die gesteld kunnen worden zijn:
waaraan is in de wijk behoefte, wat zijn de knelpunten? Leren kijken naar de wijk met de ogen van bewoners.
Ook interviews met personen die niet naar de kerk gaan zijn wezenlijk.
Een therapeutische insteek kan ook in sommige contexten goed werken (zie voor cursus blz. 241). Het gaat dan om de therapeutische voordelen van een gezonde relatie met God en deel uitmaken van zijn gezin.

Invloeden vanuit de macro-context
- de zondag wordt steeds vaker voor sport, recreatie, ontspanning, verjaardagspartijtjes gebruikt.
Mission-Shaped Church noemt als trends:
- veranderende samenstelling huishoudens, toename hypotheeklasten, weekend = family-time, toegenomen mobiliteit, toename aantal singles
- gefragmenteerde levens waarin mensen zich op nieuwe wijze met elkaar verbinden, ontstaan van netwerken rond scholen, bedrijven, verenigingen.

Mensen binden zich niet meer aan een totaalpakket, maar men shopt. Netwerken vervangen de wijk misschien niet, maar veranderen haar wel. Moeten we nog streven naar mensen die zich als lid willen inschrijven, of zijn andere vormen van deelname mogelijk?
Kan deelname aan een kleine groep al gelden als een vorm van lidmaatschap?

Wie je bent wordt bepaald door waar je voor kiest. Waar je voor kiest dat wordt zo je lot.
Mensen hebben overvolle agenda’s.
Veel mensen hebben het gevoel vervangbaar te zijn. Wie heeft je nog nodig?

In Nederland blijven echter vriendenkringen en familierelaties een belangrijke rol spelen.
Maar ‘zware’ langdurige sociale verbanden zijn uit de tijd. het zijn vaker lichte verbanden. Die worden getypeerd door vrijwillige tijdelijke verbintenissen.
Mensen boeien, binden en wellicht bezielen, daar gaat het tegenwoordig bij de PR van alle organisaties om..

Moeten nieuwe gemeenten zich aan dit alles aanpassen, of juist een tegencultuur bieden? (Behoort tot het wezen van familie-relaties niet dat zij duurzaam zijn?) Zouden hier terugkerende verbondssluitingen een plaats kunnen krijgen, waarbij een actualisering van het belijden plaatsvindt? (Bijv. in de paasnacht?). Misschien is er juist wel weer een verlangen naar trouw en naar kleine overzichtelijke groepen waarin mensen je naam en je levensgeschiedenis kennen.

Mensen hebben tegenwoordig verschillende soorten van betrokkenheid, zo zal de gemeente ook verschillende soorten van participatie aan moeten bieden. Rond een kern zijn verschillende concentrische cirkels.
Belonging gaat voor believing, daarom schept men ruimte in de gemeenschap om mensen welkom te heten. Om mensen de ruimte te geven is een zekere kritische massa nodig.

Verder is de secularisatiethese al enige jaren op zijn retour. Men spreekt nu over religieuze transformatie. Het gaat om individuele zingeving, een cocktail van mogelijkheden.
Onder buitenkerkelijken neemt het geloof in God toe. Ook jongeren zijn geloviger. Mensen zijn op zoek naar een fundering van hun identiteit.
Dekker typeert dit alles negatief, spiritualiteit is een weelde artikel gericht op eigen zelfbevestiging en zelfontplooiing. Men is bezig met een zoektocht naar het zelf.
Spirituele vragen duiden op een behoefte aan levensorientatie en levenshulp. Ook bij onzekerheid in de invulling van levensrollen (opvoeder, partner, collega, vriend). Mensen zoeken hierbij hulp.

Een vereiste om zich te kunnen binden is dat een aspirantlid de nieuwe groep en haar leefwereld uitvoerig kan uitproberen ten aanzien van de aard en de omvang van de vereiste wijzigingen in opvattingen en gedrag. Van groot belang zijn de affectieve relaties tussen aspirant-lid en de groep. Bijna altijd komt iemand erbij door iemand die voor hem/haar belangrijk is. Een hechtingspersonage voor mystieke en affectieve type van bekeringen. Intellectuele en experimentele typen van bekeringen kunnen zonder.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten