vrijdag 8 mei 2009

hfdst. 19 lessen uit gemeentestichting

hfdst. 19 lessen uit gemeentestichting
De kerk aan het begin van de 20e eeuw heeft een grondige heroriëntatie nodig, anders is het menselijkerwijs gesproken binnen enkele generaties gedaan (Heitink). Maar een nulpunt kan ook tot verootmoediging en afhankelijkheid brengen en is zo soms het begin van een nieuwe weg.
In de Church of England heeft men de centrale plaats van de territoriale kerken losgelaten en krijgen netwerk-kerken een volwaardige plaats.
Zijn zien 5 kenmerken van nieuwe manieren van kerk-zijn:
1. belang van kleine groepen voor discipelschap en missie via netwerken
2. de zondag heeft geen monopolie bij ontmoeting en viering
3. concentratie op specifiek netwerk of doelgroep
4. geen verbondenheid met 1 denominatie
5. mentale of inhoudelijke nabijheid is belangrijker dan territoriale of denominationale nabijheid.

Kirche der Freiheid zoekt naar nieuwe gemeentevormen in een steeds ingewikkelder en gevarieerder samenleving. Ook daar een streven naar meer profiel- en netwerk georiënteerde gemeenschappen. Zelfs digitale geloofsgemeenschappen.
Zou in Nederland gemeentestichting ook geen goede manier zijn om te werken aan vernieuwing van de kerk als geheel om culturele verstarring te voorkomen.
Kerkplantingen: 1. brengen nieuwe ideeën; 2. dagen uit tot zelfonderzoek; 3. nieuw leiderschap krijgt meer kans; 4. kunnen bron zijn van nieuwe christenen, die ook weer door kunnen schuiven naar oudere gemeenten.
De belangrijkste voorwaarde voor zo’n leerproces is vertrouwen in en openheid naar elkaar.

Vloeibare of nieuwe vormen van gemeenschap hoeven niet alleen een aanvulling op bestaande kerken te zijn, maar kunnen ook nieuwe gestalten van kerk zijn.
Gemeenschapsvorming is een onderdeel van het antwoord dat mensen geven op het evangelie. De invulling daarvan is afhankelijk van de cultuur van de mensen die haar vormen. Er is niet 1 model van christelijke gemeenschap. Bij gemeentestichting gaat het niet op klonen maar om bouwen. Het gaat om een zendingshouding: begrijpen van de context en kritisch zijn naar eigen achtergrond gaat voorop.

Wanneer is een groep een kerk?
- een gemeenschap waar Christus aanwezig is door zijn Geest (Mt. 18,20)
- apostolicum: eenheid, heiligheid, apostoliciteit en katholiciteit => zijn aansporing tot voortdurende vernieuwing van de kerk.
De kerk moet zichzelf steeds opnieuw ontdekken in nieuwe contexten.
Verschillende denominaties leggen zo verschillende accenten, er komt steeds meer het besef dat ze daarin elkaar aanvullen.

Er ontstaat een steeds sterker besef dat niet de kerk het subject is van zending, maar God (missio Dei). En dat de kerk zich in die zending moet laten inschakelen. De zending is daarom geen funktie van de kerk, maar de kerk is functie van de zending. Het gaat om Gods werken van bevrijding, emancipatie en gerechtigheid. Daarin meewerken is het bestaansrecht van de kerk.
Maar de les van de laatste decennia is dat dit niet kan zonder vitale christelijke gemeenschappen (Newbigin). De vorming van gelovige gemeenschappen met een radicaal evangelische levensstijl is Gods voornaamste instrument om zijn schepping te verlossen. Zending is ook een uitnodiging om deelgenoot te worden van het Koninkrijk van God in de gestalte van de kerk. De kerk heeft niet alleen de taak te wijzen op onrecht, maar ook op ongeloof.
Het gaat om een ‘missional church’, een kerk die niet aan zending doet, maar die in haar wezen en structuren bepaald is door zending in dienst van God.
Hierbij moet men er wel voor open blijven staan dat men in de wereld die men aanspreekt met God te maken heeft. De wereld staat niet los van God. Juist in de communicatie met de ‘buitenstaander’ ontdekt de kerk meer van zichzelf. Samen met ‘de ander’ ontdekt de kerk wat het evangelie is in de specifieke context waarin kerk en wereld met elkaar in interactie staan.

Zending houdt primair een uitnodiging in om het eigen levensverhaal in te lezen in het grote Verhaal van de Bijbel. Zending kan dan ook alleen gebeuren door gemeenschappen en mensen die het verhaal niet slechts vertellen, maar dit ook uitleven en voorleven. De gemeente en de Bijbel worden hier op elkaar betrokken als toneelgroep en script, waarbij interactie met de zaal nodig is voor een goede uitvoering.

Moet een gemeente zich richten op de buurt of op een doelgroep?
Er is een grote mate van mobiliteit en sociale differentiatie. Door de mobiliteit is de keuzevrijheid toegenomen. (Dit geldt ook door het individualisme, waarbij de individualiteit mede bepaald wordt door de keuze van de groep waar je bij wilt horen, trouw is hierbij meestal geen bepalende waarde meer, maar authenticiteit). Tegenwoordig geldt ook een onkritisch overgenomen geloof als onecht en onbevredigend. (Dit vraagt van gemeentes dus een aanbod van programma’s van kritische eigenmaking van geloofsinzichten en –waarden.)
Identiteit wordt niet langer lokaal gevonden, maar sociaal. (Het is dus belangrijk om er in een wijk achter te komen hoe de sociale netwerken en verbanden liggen. Welke subculturen zijn er? Waar vinden vrijetijds-activiteiten plaats, in hoeverre voelt men zich wijkbewoner, etc.)
Contextualisatie vraagt om het maken van keuzes. Bij een nieuwe uiting van kerk-zijn moet men bepalen op welke dag en tijd men samenkomt, of men liederen zingt, wat voor activiteiten plaatsvinden, waar men bij elkaar komt, etc.. Een keuze voor een doelgroep heeft dan ook niet het doel om exclusief te zijn, maar het is een vorm van contextualisatie.

Vanwege de vrije keuze zullen plaatselijke gemeenten steeds meer een congregationalistisch stempel krijgen.
Daarmee hangt samen dat kerken steeds meer vanuit de marge zullen functioneren. En vanuit die positie dan invloed uitoefen op de samenleving. In onze tijd heeft een getuigende invloed vanuit de marge en vanuit een duidelijke identiteit meer kans van slagen dan een sterke speler te willen worden in de maatschappelijke markt door daar een beschavende invloed te willen uitoefenen.

Leiderschap
Kerkplantingen laten een verschuiving zien van pastoraal leiderschap naar missionair leiderschap gericht op de dienst aan het Koninkrijk van god in een postchristelijke cultuur. De taak van een missionair voorganger is leidinggeven aan de hele gemeente in haar roeping deel te nemen aan Gods zending.

Oecumene bij kerkplanting???
Het leidt vaak tot topzware overlegorganen en kleurloze compromissen. Er is ook geen gedeeld en richtinggevend ecclesiologisch concept. Kerken zoeken in onze tijd ook weer naar een scherper eigen profiel.
De meeste gemeenschappen gaat tegenwoordig wel uit van een specifieke denominatie, maar voor de vormgeving wordt breedt geshopt.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten