woensdag 6 mei 2009
hfdst. 2 Gemeentevorming in de beginjaren van de christelijke beweging
hfdst. 2: Gemeentevorming in de beginjaren van de christelijke beweging: verbinding en conflict.Jezus heeft niet een boek maar een gemeenschap nagelaten (Newbigin). De gemeenschap is de geleefde interpretatie van het Evangelie. Zo kan ze zorgen voor een verbinding, persoonlijk en gemeenschappelijk, met Jezus Christus. Het bestaansrecht van de gemeente is dat ze een centrum is van missionaire communicatie.Waar lopen de gemeentestichtings projecten in de eerste eeuw tegenop? En wat kunnen we daarvan leren?Bij het conflict met de hellenistisch sprekende christenen in Jeruzalem krijgen de hellenisten eigen leiding en ook eigen zelfstandigheid. Er ontstaan huisgemeenten met verschillende talen, de apostelen trekken zich terug uit de leiding.Huisgemeenten bestonden uit 20-30 mensen. Waarschijnlijk hebben in de eerste eeuw in Jeruzalem al zo’n 15 – 25 huisgemeenten bestaan. Gemeenten waren in het algemeen niet groter dan 40 mensen (meer konden niet in een kamer).Ook Antiochie toont ons een aantal aanloop problemen bij de start van een christelijke gemeenschap. Verdreven ‘hellenisten’ richten zich in Antiochie op mensen met een gelijke cultuur. Hier wordt de groep voor het eerst ‘christenen’ genoemd. Ze zijn dus onlosmakelijk verbonden met de naam van Jezus Christus.Ze hebben een sterke gerichtheid naar buiten. De missionaire communicatie wordt gezien als Gods activiteit.Maar vanaf het allereerste begin zijn er al een aantal interne conflicten.De eerste vraag is of bekeerde niet-joden zich aan de joodse regels moeten houden (besnijdenis). Het gezag om daar een beslissing in te nemen ligt bij de moedergemeente in Jeruzalem, maar direct krijgt de Antiocheense gemeente de ruimte. De toelatingscriteria in Antiochie zijn verschillend van die in Jeruzalem. De eigen visie wordt niet aan de ander opgelegd. Van de leiding wordt hierbij een grote souplesse gevraagd.Toch blijven er onderliggende spanningen die zichtbaar worden als Petrus Antiochie bezoekt en mensen van de kring rond Jacobus langs komen. Later is er juist in Antiochie een ambtelijke structuur ontstaan, waarbij de bisschop voor de eenheid moest zorgen.Nergens vinden we een ideaalbeeld van een beginnende gemeente. In vrijwel elke n.t.-gemeente doen zich conflicten voor.De missionaire motivatie van Paulus is samen te vatten in drie motieven: een besef van dankbaarheid (Gal.2,20), een besef van verantwoordelijkheid (1 Cor. 9,16) en een besef van zorg (1 Cor.1,18). Het gaat om het dienen van de levende en ware God, de ervaring van een niet-verdiende bevrijding door Jezus Christus, maar het diepste is het besef van dankbaarheid door de overweldigende ervaring van de liefde van God door het offer van Jezus Christus.Er is een grote mate van uitwisseling tussen de gemeentes. De medewerkers, synergoi, ‘verbindingsofficieren’, hebben daarin een grote rol. Juist die utiwisseling veroorzaakt dat je als gemeente niet naar binnen gericht kan zijn. Gemeenten zijn op elkaar betrokken en met elkaar verbonden.Welke gemeenschappelijke kenmerken waren er:- een vurig verlangen naar het K.v.G. en ‘wachten op Jezus’;- een hoopvolle oriĆ«ntatie op Christus van de hele chr. gemeenschap- Gods heerschappij is in het optreden van Jezus begonnen;- een sterke gerichtheid op het winnen van mensen voor Jezus;- de doop als inwijdingsritueel;- periodiek gemeenschappelijk een avondmaaltijd;- men wist zich 1 familie;- er was duidelijkheid over wie er niet bij hoorden;- verbondenheid met de joodse bronnen.De maaltijd was het kristallisatiepunt van gemeenschap, met een diep besef van de aanwezigheid van Christus.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten